Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 30 september 2019

Gelre Werkt!

In de raadsvergadering van 23 september 2019, heeft D66 als enige fractie tégen het collegevoorstel gestemd om het Werkbedrijf onder te brengen in de gemeentelijke ambtelijke organisatie.
Twee argumenten hebben hieraan ten grondslag gelegen.

Ten eerste het raadsvoorstel is door het college onvoldoende zorgvuldig voorbereid. D66 kan niet tot een afgewogen oordeel komen omdat het niet helder is of het werkbedrijf effectief kan opereren en tot volle bloei kan komen binnen de ambtelijke organisatie.
Het tweede argument is dat het voorstel niet past binnen onze visie en standpunten. Wij willen als het om de Participatie Wet gaat resultaatgerichte en effectieve arbeidsbemiddeling waarbij werk en inkomen gescheiden zijn.

De inkomenstaken vragen namelijk om een uitvoering gericht op wetmatigheid en rechtmatigheid en de daarbij behorende correcte en zorgvuldige ambtelijke procedures. De uitvoering van werktaken vragen juist om een creatieve, pragmatische, flexibele en geïndividualiseerde aanpak in nauwe samenwerking met onderwijs en werkgevers. Deze zaken samen in één organisatie bijten elkaar vooral voor de mensen die afhankelijk zijn van hun inkomen en voor hun re-integratie naar werk.

D66 wil een gemeente die regie voert, die stuurt op succesvol beleid, een goede opdrachtgever is, toezicht houdt, faciliteert maar die niet de uitvoering van het Werkbedrijf naar zich toetrekt. Eenvoudigweg omdat het gemeentelijk apparaat niet sterk is in de uitvoering, de werkcultuur van het werkbedrijf er niet past en omdat wij ervan overtuigd zijn dat het vele malen duurder uitpakt.

De fractie vindt het dan ook zeer teleurstellend dat, gedurende de 5 maanden dat het college onderzoeken heeft kunnen doen, zij met onvoldoende onderbouwde oplossingsopties naar de raad komt. Bovendien is er geen model voorgelegd dat past binnen het door de raad vastgestelde beleid. De gestelde beleidskaders van de raad, te weten scheiding van werk en inkomen en de uitvoering op afstand worden door het college ter zijde gelegd als zijnde onuitvoerbaar.

Het nieuwste voorstel is de derde uitvoeringsvorm in Zutphen sinds de invoering in 2015 van de Participatie Wet. We haalden voor de zomervakantie het landelijke nieuws met “Zutphen blundert met Werkbedrijf”.
Niemand zit te wachten op een nieuw avontuur, de inwoners die van het Werkbedrijf afhankelijk zijn en de werknemers van het Werkbedrijf verdienen beter. Wij kunnen ons geen halve oplossingen meer veroorloven. Sterker de best mogelijke oplossing zal gekozen moeten worden en daar zijn wij met dit magere voorstel niet van overtuigd.

Externe Adviezen genoemd in het voorstel die wij opvroegen blijken niet voorhanden en zijn slechts mondelinge ambtelijke telefoontjes ter bevestiging van de gekozen oplossing. Overzichten van juridische, financiële en personele consequenties of neveneffecten blijken er ook niet te zijn. Daarnaast is niet voldaan aan de wettelijke voorschriften inzake advisering belanghebbenden en ontbreekt het advies van de cliëntenraad.

Wij hebben als oppositiepartij graag vertrouwen in het College van B&W, dat is een voorwaarde om samen als College en Raad krachtig en sterk te besturen. Dat vertrouwen voelt de fractie als wij zien dat het College zorgvuldig de voorbereidingen ter hand neemt en consistent is in haar argumentatie.

Vorig jaar stelde het College als doorslaggevende argument voor de gekozen organisatievorm van de Stichting, “het snel, slagvaardig en flexibel handelen binnen een ambtelijke organisatie is lastiger te organiseren”.
Nu, een jaar later stelt hetzelfde college als doorslaggevend argument, “alle taken beleggen bij de gemeente zorgt voor meer directe inhoudelijke en financiële sturing en de integrale afstemming binnen het sociaal domein is eenvoudiger te realiseren”.

De verklaring van het college op de fouten die vorig jaar gemaakt zijn is “omdat het met stoom en kokend water allemaal geregeld moest worden”, na de uittreding uit Delta en de liquidatie van het Plein.
We kunnen ons met het voorliggende voorstel en procedure niet onttrekken aan het beeld dat er opnieuw sprake is van van handelen onder stoom en kokend water. Wij hopen van harte dat er nu geen weeffouten ontstaan of kapitale financiële vergissingen.